Nationale Nederlandse Octrooien

Op 1 april 1995 is een Rijksoctrooiwet in werking getreden, die ingrijpende verschillen toont ten opzichte van de voorgaande wet (Rijksoctrooiwet 1910). De octrooiverleningsprocedure zoals die onder de voorgaande wet bestond, en waarin de Octrooiraad een actieve, beoordelende en toetsende rol speelde, komt in de Rijksoctrooiwet 1995 niet meer voor. De eisen voor octrooieerbaarheid zijn wel gelijk gebleven. Deze zijn: nieuwheid, uitvinderswerkzaamheid en industriële toepasbaarheid.

Om octrooi te verkrijgen, moet een octrooiaanvraag ("octrooiaanvrage") in het Nederlands of Engels worden ingediend. De conclusies moeten altijd in het Nederlands zijn. Bij indiening van de aanvrage is het mogelijk de prioriteit in te roepen van een aanvrage die niet eerder dan één jaar daarvoor in Nederland of elders is ingediend.
Achttien maanden na de indieningsdatum of de prioriteitsdatum wordt de aanvrage in het octrooiregister ingeschreven. Op dat moment komt de aanvrage ter inzage voor het publiek. Het moment van inschrijving kan op verzoek van de aanvrager worden vervroegd.

De aanvrager kan binnen dertien maanden na de indieningsdatum (of de prioriteitsdatum) verzoeken om een onderzoek naar de stand van de techniek. Dit onderzoek wordt verricht door het Octrooicentrum Nederland of door het Europees Octrooibureau als om een onderzoek van internationaal type wordt gevraagd. Nadat het resultaat van het onderzoek bekend is geworden, krijgt de aanvrager gelegenheid om de aanvrage te wijzigen. Octrooiverlening op de (eventueel gewijzigde) aanvrage volgt zonder verder onderzoek, maximaal vier maanden nadat het rapport betreffende de stand van de techniek is uitgegeven.
Het verleende octrooi is geldig tot maximaal twintig jaar na de indieningsdatum van de aanvrage.

 

< Terug