Recht van voorrang (prioriteit)

Wanneer een eerste aanvrage om octrooi moet worden ingediend, stelt de octrooigemachtigde een beschrijving op van de uitvinding. Die beschrijving bestaat uit een inleiding, een figuurbeschrijving of een beschrijving van voorbeelden, en wordt gevolgd door conclusies. In de conclusies staat kort en precies aangegeven waarvoor octrooibescherming wordt gevraagd.
 
De beschrijving, samen met de formele aanvrage voor een octrooi, wordt meestal ingediend bij: 

  • het Nederlandse Bureau voor de In   dustriële Eigendom (voor Nederlandse aanvragers), of
  • de Dienst voor de Intellectuele Eigendom in Brussel (voor Belgische aanvragers), of 
  • het Europese Octrooibureau, of
  • de Wereldorganisatie voor Intellectuele Eigendom.

Deze octrooiaanvrage wordt dikwijls aangeduid als een premier depot (eerste indiening) of prioriteitsaanvrage.

Als in meer landen octrooibescherming gewenst wordt, dan kan binnen één jaar na de indieningsdatum van de prioriteitsaanvrage in de meeste landen voor hetzelfde onderwerp octrooi worden aangevraagd op basis van de prioriteitsaanvrage. Hierbij wordt dan het recht van voorrang (prioriteitsrecht) ingeroepen van de prioriteitsaanvrage.

De datum van indiening van de prioriteitsaanvrage heet prioriteits- of voorrangsdatum; het beschikbare jaar prioriteits- of voorrangsjaar. In dit voorrangsjaar kan worden bepaald of de mogelijkheden tot exploitatie van de uitvinding van dien aard zijn dat indiening van corresponderende aanvragen in andere landen gewenst is en de kosten daarvoor verantwoord zijn.

In de landen waarin een aanvrage is ingediend op basis van de prioriteitsaanvrage, wordt voor de vaststelling van de nieuwheid van de uitvinding niet de datum van de werkelijke indiening gerekend, maar de eerdere voorrangsdatum.

< Terug