Spring direct naar de hoofdnavigatie of de inhoud

Een nieuw Europees Octrooisysteem

Al enige tijd wordt gewerkt aan een nieuw Europees Octrooisysteem dat een eenvoudig alternatief moet gaan vormen voor het huidige validatieproces en daarnaast de octrooirechtsgang binnen Europa vereenvoudigt. De twee onderdelen, het Europese octrooi met eenheidseffect en het Eengemaakt octrooigerecht, worden ook wel respectievelijk aangeduid met de Engelse termen ‘Unitary Patent’ (UP) en ‘Unified Patent Court’ (UPC).

Op deze pagina leest u wat het UP en UPC precies in gaan houden en wordt er ingegaan op het effect dat het nieuwe systeem gaat hebben op de dagelijkse praktijk. Momenteel ziet het ernaar uit dat het nieuwe systeem per 1 april 2023 in werking treedt, onderaan deze pagina vindt u actuele berichtgeving hierover. De onderstaande video van 3 minuten geeft u inzicht in wat het UP en UPC precies inhouden en wat het effect ervan is op de dagelijkse praktijk:

Het Unitary Patent (UP)

Het UP is een alternatief voor het bestaande validatieproces van een Europees octrooi in individuele landen. Het is dus geen ‘nieuw’ octrooi, maar een optie om een verleend Europees octrooi in één keer van kracht te laten zijn in alle deelnemende landen*. Er verandert niets aan het proces van het aanvragen en verlenen van Europese octrooien.

Wat betekent het UP voor u?

Zodra het nieuwe octrooisysteem actief is kunt u bij het valideren van een Europees octrooi, in plaats van individuele landen, ook kiezen voor registratie als een UP. Hiermee is dit octrooi direct geldig in alle deelnemende landen en wordt het gehele validatieproces sterk vereenvoudigd:

  1. Er is slechts één vertaling nodig, dus geen aparte vertalingen per land.
  2. Het Europees Octrooibureau rekent jaarlijks één bedrag voor de instandhouding van het UP in de deelnemende landen. Er zijn dus geen jaartaksen voor de individuele landen meer verschuldigd.
  3. Het UP valt automatisch onder het UPC, waarmee de rechtsgang dus gecentraliseerd is. Voor een UP kan dus geen opt-out worden ingediend.

Als u uw UP verkoopt, dan heeft dit betrekking op alle deelnemende landen. Het is dus niet mogelijk een UP per individueel land te verkopen. Licenties kunnen wel per land of regio worden afgegeven.

Het Unified Patent Court (UPC)

Rechtszaken over inbreuk en geldigheid van Europese octrooien worden momenteel behandeld door de nationale rechtbanken van het desbetreffende land. Met de komst van het nieuwe Europese gerechtshof voor octrooizaken (het UPC) wordt de rechtsgang voor alle deelnemende landen gecentraliseerd bij één Europees gerechtshof. Dit geldt voor alle nieuwe én bestaande Europese octrooien die gelden in een of meer van de deelnemende landen.

Wat betekent het UPC voor octrooihouders?

Onder het UPC wordt het handhaven van een Europees octrooi eenvoudiger, omdat dit met één procedure voor alle deelnemende landen kan worden gedaan. Een uitspraak heeft direct gevolgen voor de octrooiposities in alle deelnemende landen. Afhankelijk van uw situatie kan dit voordelig of nadelig zijn ten opzichte van het huidige systeem.

U kunt ervoor kiezen dat uw Europese octrooi(en) onder het huidige systeem blijft (blijven) vallen. In dat geval dient u een zogenoemde ‘opt-out’ in voor uw huidige Europese octrooi(en), zodat er niets verandert en rechtszaken worden behandeld via de nationale rechtbanken.

Zelfstandig optreden door exclusieve licentiehouders

Met de invoering van het UPC verandert er iets voor octrooien waarvoor een exclusieve licentie verleend is. De houder van een exclusieve licentie krijgt namelijk de mogelijkheid zelfstandig op te treden tegen inbreukmakers bij het UPC. Aangezien dit van toepassing is op alle bestaande Europese octrooien kan dit dus ook gevolgen hebben voor uw huidige licentieovereenkomsten. Dit kan voor u reden zijn om uw licentieovereenkomst aan te passen of om voor een opt-out te kiezen.

Deelnemende landen

De volgende 17 lidstaten zullen aan het UPC deelnemen zodra het van start gaat (status 12 juli 2022):

BelgiëEstlandLetlandNederlandZweden
BulgarijeFinlandLitouwenOostenrijk
DenemarkenFrankrijkLuxemburgPortugal
DuitslandItaliëMaltaSlovenië

Waar staan we momenteel?

De invoering van het nieuwe Europees octrooisysteem heeft tweemaal vertraging opgelopen nadat er in 2017 en 2020 constitutionele klachten tegen goedkeuring waren ingediend bij het Duitse Constitutionele Hof. Dat Hof heeft op 9 juli 2021 een uitspraak gepubliceerd waaruit blijkt dat de laatste formele stappen voor de Duitse goedkeuring kunnen worden afgerond. In januari 2022 is het laatste stadium van de voorbereidingen begonnen en inmiddels zijn ook alle rechters benoemd. De verwachting is dan ook dat het nieuwe systeem per 1 april 2023 van start zal gaan.

Veelgestelde vragen

Het Eengemaakt Octrooigerecht (in het Engels: Unified Patent Court, UPC) is een nieuwe rechtbank van de Europese Unie voor octrooien dat krachtens de overeenkomst betreffende het UPC (UPC Overeenkomst) wordt ingesteld. Het UPC zal exclusieve rechtsmacht bezitten ten aanzien van Europese octrooien en unitaire octrooien. Rechtszaken met betrekking tot inbreuk op en geldigheid van een Europees octrooi worden momenteel door de nationale rechters van de betreffende landen behandeld. Met het UPC wordt het rechtsproces voor alle landen die de UPC Overeenkomst hebben bekrachtigd (de UPC-landen) bij één enkele Europese rechtbank gecentraliseerd. Een beslissing van het UPC is bindend voor alle UPC-landen. Het UPC bezit tevens rechtsmacht over alle bestaande en toekomstige Europese octrooien die in een of meerdere UPC-landen van kracht zijn, met uitzondering van Europese octrooien waarbij er op verzoek van de octrooihouder(s) voor is gekozen deze uit te sluiten van de rechtsmacht van het UPC. Dergelijke uitgesloten Europese octrooien blijven onder de rechtsmacht van de nationale rechters vallen. De rechtsmacht ten aanzien van Europese octrooien (zonder eenheidswerking) wordt door het UPC slechts gedurende een overgangsperiode van 7 jaar met de nationale rechtbanken gedeeld. Tijdens die overgangsperiode hebben de partijen forumkeuze en kunnen octrooihouders hun Europese octrooi uitsluiten van de rechtsmacht van het UPC (zie opt-out).

Het Europees octrooi met eenheidswerking, kortweg het unitair octrooi, is een alternatief voor de bestaande procedure waarin een Europees octrooi in afzonderlijke landen wordt gevalideerd. Het betreft derhalve geen ‘nieuw’ octrooi maar een mogelijkheid om een reeds verleend Europees octrooi in één keer in alle UPC-landen geldig te maken.

Het unitair octrooi is een enkelvoudige (ondeelbare) rechtstitel die in alle UPC-landen werking heeft. Dit houdt in dat het unitair octrooi niet gedeeltelijk kan worden overgedragen. Dit houdt ook in dat het unitair octrooi alleen bij een centrale rechtbank (het UPC) kan worden gehandhaafd. Het UPC zal ook de enige rechtbank zijn waar een houder van een unitair octrooi een inbreukvordering kan instellen. Binnen de oppositietermijn (9 maanden te rekenen vanaf de verlening van het Europese octrooi) kunnen derden het EOB verzoeken het unitair octrooi nietig te verklaren. Na afloop van de oppositietermijn is het UPC de enige rechtbank waar nietigheidsprocedures tegen een unitair octrooi aanhangig kunnen worden gemaakt. Een beslissing van het UPC heeft werking in alle UPC-landen.

De Europese Commissie is van mening dat octrooien een essentieel onderdeel vormen van de Interne Markt, niet alleen om door innovatie groei te bewerkstelligen maar ook om de internationale concurrentiepositie van het Europese bedrijfsleven te vergroten. De effectiviteit, betaalbaarheid en rechtszekerheid van het octrooistelsel moesten daarom worden verbeterd. Om dat te bereiken moest een pan-Europese bescherming en geschillenbeslechting van octrooien voor geheel Europa in het leven worden geroepen, gegrondvest op twee pijlers: een EU-octrooi (het unitair octrooi) en een algemene rechtsbevoegdheid inzake octrooigeschillen (het UPC).

Het UPC en het unitaire octrooistelsel komen tot stand bij de inwerkingtreding van de UPC Overeenkomst. Zodra Duitsland zich door het indienen van een formele bekrachtigingsakte als 17e lidstaat bij de Overeenkomst aansluit, vangt een zogenaamde “sunrise periode” aan en opent het UPC 3 à 4 maanden later zijn deuren. Tegelijkertijd wordt het unitaire octrooistelsel ingevoerd.

Naar verwachting zal het UPC op 1 april 2023 van start gaan. Dit zal echter afhangen van in hoeverre het UPC klaar is om zijn taken uit te voeren. Dit hangt op zijn beurt weer af van de snelheid waarmee rechters kunnen worden geïnstalleerd, van het aannemen van administratief personeel en van het goed functioneren van de ICT-systemen voor communicatie met de rechtbank.

In antwoord op een mededeling krachtens Regel 71 lid 3 EOV kunnen aanvragers verzoeken om uitstel van het uitbrengen van de beslissing tot verlening van een Europees octrooi. Het octrooi zal dan pas na inwerkingtreding van het nieuwe stelsel worden verleend, waarmee eenheidswerking voor het EP-octrooi beschikbaar komt.

Voor Europese octrooiaanvragen kan een vervroegd verzoek om eenheidswerking worden ingediend.

De sunrise periode biedt octrooihouders de gelegenheid om, nog voordat concurrenten een centrale nietigheidsprocedure bij het UPC in gang kunnen zetten, door middel van een opt-out ervoor te kiezen zich aan het UPC te onttrekken. Daarmee wordt het risico afgewend dat een Europees octrooi met een enkele beslissing nietig wordt verklaard in alle UPC-lidstaten waarin het op nationaal niveau was gevalideerd.

De volgende UPC-landen zijn bij aanvang van het nieuwe stelsel aangesloten:

België, Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Slovenië en Zweden.

De EU-lidstaten zijn de enige landen die zich bij de UPC Overeenkomst kunnen aansluiten. Op 19 februari 2013 ondertekenden 24 EU-lidstaten de Overeenkomst. Van de staten die hebben ondertekend, hebben er inmiddels 16 de Overeenkomst bekrachtigd. Zodra Duitsland als 17e overeenkomstsluitende lidstaat de bekrachtigingsakte heeft ingediend, gaat er een sunrise periode lopen en zal het UPC 3 à 4 maanden later van start gaan. Tegelijkertijd treedt ook het unitaire octrooistelsel in werking.

Het stelsel van het UPC en unitair octrooi gaat van start met de 17 hierboven genoemde UPC-landen.

Een aantal overeenkomstsluitende staten, waaronder Cyprus, Griekenland, Hongarije, Ierland, Slowakije en Tsjechië, heeft de Overeenkomst (nog) niet bekrachtigd. Zij kunnen in een later stadium alsnog een UPC-land worden.

Andere EU-lidstaten (zoals Spanje en Polen) hebben de UPC Overeenkomst niet ondertekend en zijn dus niet aangesloten.

Ongeacht of zij wel of niet bij het Europese Octrooiverdrag (EOV) zijn aangesloten, kunnen landen die geen EU-lid zijn, waaronder Noorwegen, Turkije, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland, zich niet aansluiten. Het Verenigd Koninkrijk is na de Brexit geen EU-lidstaat meer.

Voor octrooihouders wordt het makkelijker om een Europees octrooi te handhaven, aangezien dit in alle UPC-landen door middel van één enkele procedure verwezenlijkt kan worden. Een beslissing van het UPC heeft directe gevolgen voor het octrooi in alle UPC-landen. Afhankelijk van uw situatie kan dit voordelige maar ook nadelige gevolgen hebben in vergelijking met het huidige stelsel waarbij nationale rechters over octrooizaken beslissen.

Tijdens een overgangsperiode kunt u ervoor kiezen dat het huidige stelsel van nationale rechters (voortgezet) op uw Europese octrooi(en) van toepassing blijft. In dat geval dient u bij het UPC een zogenaamd opt-outverzoek in te dienen voor die octrooien die van de rechtsmacht van het UPC uitgesloten moeten blijven. In dat geval verandert er niets en zullen rechtszaken uitsluitend door de nationale rechters worden behandeld.

In de meeste overeenkomstsluitende lidstaten komt er een nevenvestiging van het UPC in de vorm van ten minste één Lokale Afdeling. Er komen Lokale Afdelingen in Wenen, Brussel, Kopenhagen, Helsinki, Parijs, Düsseldorf, Hamburg, Mannheim, München, Milaan, Lissabon, Ljubljana en Den Haag.

In Stockholm komt er een Regionale Scandinavisch-Baltische Afdeling. Deze Afdeling gaat zaken uit Zweden, Estland, Letland en Litouwen behandelen. Daarnaast wijst elk van die landen instellingen aan waar zittingen in hun eigen land zullen plaatsvinden.

In Parijs en München en waarschijnlijk Milaan zullen de drie Centrale Divisies gevestigd worden. In Milaan gaan waarschijnlijk zaken worden behandeld met betrekking tot octrooien op het gebied van IPC-klasse (A) Menselijke behoeftes (farmaceutische producten) en (C) Chemie. In München zullen zaken met betrekking tot octrooien op het gebied van IPC-klasse (F) Werktuigbouwkunde worden behandeld. Zaken op alle overige technologische gebieden zullen door de Centrale Afdeling in Parijs worden behandeld. Deze Afdelingen zijn allemaal gerechten van eerste aanleg. In Luxemburg zal een Hof van beroep worden gevestigd.

Afhankelijk van de rechtsvraag passen de gerechten van eerste aanleg en het Hof van beroep van het UPC het volgende recht toe:

– het Unierecht (de “Verordening betreffende het Unitair Octrooi” Verordening (EU) Nr. 1257/2012, en de “Verordening betreffende Vertalingen” Verordening (EU) Nr. 1260/2012);

– de Overeenkomst betreffende het Eengemaakt Octrooigerecht (UPC Overeenkomst);

– het Europees Octrooiverdrag (EOV);

– andere op octrooien van toepassing zijnde internationale overeenkomsten die bindend zijn voor alle Verdragsluitende Lidstaten (bijv. TRIPs).

In procedures voor het UPC zal nationale wetgeving slechts een ondergeschikte rol spelen.

In inbreukzaken ten aanzien van Europese of unitaire octrooien past het UPC de artikelen van de UPC Overeenkomst toe die betrekking hebben op directe inbreuk (artikel 25), indirecte inbreuk (artikel 26), beperking van de werking van een octrooi (artikel 27) en uitputting van rechten (artikel 29). Naar verwachting zal het Hof van beroep een belangrijke rol gaan spelen bij het duidelijk omschrijven van inbreuktoetsen ten aanzien van gelijkwaardigheid of indirecte inbreuk om harmonisatie tussen de bij het UPC aangesloten landen te bewerkstelligen.

De geldigheid van een octrooi wordt beslecht door toepassing van de bepalingen van het EOV. Octrooieerbare uitvindingen, nieuwheid, inventiviteit en industriële toepasbaarheid zullen conform het EOV worden uitgelegd. Dit zal niet veel verschillen van de huidige praktijk.

Op vraagstukken ten aanzien van eigendom, zoals zekerheidsrechten, contractuele licentieverlening, faillissementsprocedures, etc., en op vraagstukken ten aanzien van voorgebruik en verplichte licenties is het nationaal recht van toepassing.

De deadlines bij het UPC zullen kort zijn, en al het bewijsmateriaal zal zo snel mogelijk moeten worden ingediend (“front-loaded systeem”). Met het oog op het UPC zullen bedrijfsstrategieën daarom grondige analyses ten aanzien van vrijheid van gebruik vereisen.

Duidelijk is dat het UPC en nationale rechtbanken sterk van elkaar verschillende procedurele regels hebben die met name van belang zijn voor de snelheid van de procedures. Daarnaast hebben de door hen genomen beslissingen een verschillende territoriale werkingssfeer.

De rechters passen nationaal recht toe. Met de inwerkingtreding van het UPC kan de nationale wetgeving echter met het oog op harmonisatie worden gewijzigd. In Duitsland en Frankrijk worden nieuwe regels over dubbele octrooiering van kracht. Hierdoor wordt dubbele octrooibescherming voor een nationaal octrooi voor een en dezelfde uitvinding mogelijk, naast een unitair octrooi of een traditioneel Europees octrooi, zolang er bij de laatstgenoemde niet voor een opt-out is gekozen. In België worden de beperkingen van de rechten van octrooihouders, zoals de onderzoeksvrijstelling en kwekersvrijstelling, in overeenstemming met het UPC gebracht. Dit is om te voorkomen dat er voor octrooien waarbij voor een opt-out is gekozen een ander rechtstelsel geldt dan voor octrooien waarbij voor een opt-in is gekozen.

Hoewel het duidelijk is dat het UPC en nationale rechtbanken sterk van elkaar verschillende procedurele regels hebben die met name van belang zijn voor de snelheid van de procedures, en dat de door hen genomen beslissingen een verschillende territoriale werkingssfeer hebben, bestaat er minder zekerheid over het toepasselijke recht als er voor een opt-out wordt gekozen. De meningen onder deskundigen lopen uiteen over of een opt-out ten aanzien van de rechtsbevoegdheid van het UPC ook meteen een opt-out ten aanzien van het gehele UPC-recht inhoudt.

De octrooihouder, de exclusieve licentiehouder (tenzij de licentieovereenkomst anders bepaalt en nadat de octrooihouder vooraf in kennis is gesteld) en de niet-exclusieve licentiehouder (voor zover de licentieovereenkomst dit nadrukkelijk toestaat en nadat de octrooihouder vooraf in kennis is gesteld) hebben het recht zaken in te stellen bij het UPC.

Nee. In een door een licentiehouder aanhangig gemaakte inbreukprocedure kan de geldigheid van een octrooi niet worden aangevochten als niet ook de octrooihouder partij in het geding is. Als een partij de geldigheid van een octrooi in een inbreukprocedure wenst te betwisten, zal deze partij een procedure tegen de eigenlijke octrooihouder moeten aanspannen.

Nee. Alleen de houder van een exclusieve licentie heeft het recht procedures voor het UPC aanhangig te maken, mits de octrooihouder vooraf in kennis is gesteld, en tenzij de licentieovereenkomst anders bepaalt .

De houder van een niet-exclusieve licentie heeft niet het recht procedures voor het UPC aanhangig te maken, tenzij de licentieovereenkomst dit nadrukkelijk toestaat en de octrooihouder vooraf in kennis is gesteld.

Met een opt-out wordt een Europees octrooi aan de rechtsmacht van het UPC ontrokken. Dit betekent dat het huidige systeem, waarin alleen nationale rechters bevoegd zijn, wordt gehandhaafd en dat het UPC geen bevoegdheid bezit om zaken te behandelen met betrekking tot het Europese octrooi waarvoor voor een opt-out is gekozen. Indien u besluit dat juridische geschillen inzake inbreuk op en geldigheid van uw Europese octrooi(en) door nationale rechters behandeld moeten worden in plaats van door het UPC, zult u een opt-outverzoek ten aanzien van uw huidige Europese octrooi(en) moeten indienen. Het is niet mogelijk te kiezen voor een opt-out ten aanzien van een unitair octrooi.

Om uw Europees octrooi te onttrekken aan de rechtsmacht van het UPC, moet u een opt-outverzoek indienen bij het UPC. Het opt-outverzoek kan alleen namens alle octrooihouders worden ingediend. Uw gemachtigde bij het UPC kan een dergelijk verzoek voor u indienen. In dat geval zijn alleen de nationale rechtbanken bevoegd. De mogelijkheid om een opt-outverzoek in te dienen zal beschikbaar komen tijdens de sunrise periode, dat wil zeggen voordat het UPC opent.

Een opt-outverzoek zal voor elk Europees octrooi afzonderlijk ingediend moeten worden. U kunt er dus voor kiezen om bepaalde van uw Europese octrooirechten door middel van een opt-out aan het UPC te onttrekken en andere wel onder de rechtsmacht van het UPC te laten vallen.

De mogelijkheid om een opt-outverzoek in te dienen bestaat ook voor lopende Europese octrooiaanvragen. Zodra het octrooi is verleend, kan het octrooi gevalideerd worden in de afzonderlijke landen waarvoor u octrooibescherming wenst en zonder dat deze wordt ingeschreven als unitair octrooi. Daarnaast dient er een opt-outverzoek te worden ingediend. Voor nieuwe octrooiaanvragen (aanvragen die zich nog in het prioriteitsjaar bevinden of aanvragen die nog moeten worden ingediend) kunt u overwegen om nationale aanvragen in te dienen in de van belang zijnde Europese landen, in plaats van een Europese octrooiaanvraag in te dienen. Of dit kostentechnisch of vanuit juridisch oogpunt interessant is, hangt af van de situatie.

Aan een opt-in of opt-out zijn geen officiële taksen verbonden.

Dit is momenteel nog niet mogelijk. Een opt-outverzoek kan worden ingediend tijdens de sunrise periode, voordat de UPC Overeenkomst in werking treedt, of op elk moment gedurende de looptijd van het octrooi, mits er geen nationale gerechtelijke procedure tegen dat octrooi aanhangig is, en alleen in de overgangsperiode van 7 jaar (verlengbaar tot 14 jaar), te rekenen vanaf het moment waarop het UPC van start gaat.

Op het moment van inwerkingtreding van de UPC Overeenkomst bezit het UPC exclusieve rechtsmacht ten aanzien van alle rechtszaken met betrekking tot inbreuk op of geldigheid van unitaire octrooien, alsmede alle nationaal gevalideerde Europese octrooien en ABC’s in landen die de UPC Overeenkomst hebben bekrachtigd. Gedurende een overgangsperiode van 7 jaar kan met betrekking tot een Europees octrooi of ABC wel nog steeds een inbreuk- of nietigheid/ongeldigheidsvordering bij een nationale rechtbank worden ingesteld (Artikel 83 UPC Overeenkomst). Gedurende de overgangsperiode delen beide rechtbanken dus rechtsbevoegdheid, wat betekent dat partijen forumkeuze hebben en hun zaak voor een van beide rechtbanken kunnen laten behandelen en beslechten. Gedurende deze overgangsperiode kunnen houders van een Europees octrooi of ABC deze aan de exclusieve rechtsbevoegdheid van het UPC onttrekken door middel van een opt-out. In dat geval bezitten de nationale rechtbanken exclusieve rechtsbevoegdheid. Tijdens de overgangsperiode hebben de octrooihouders dus de keuze of zij een inbreukmaker voor een nationale rechtbank of voor het UPC zullen dagen. Omgekeerd kan een derde een nietigheidsprocedure hetzij bij het UPC hetzij bij een nationale rechtbank aanhangig maken.

Het opt-outverzoek kan op elk moment tijdens de looptijd van het octrooi worden ingediend, maar alleen gedurende de overgangsperiode van 7 jaar (verlengbaar tot 14 jaar). Mocht u een opt-out overwegen, dan is het belangrijk om te weten dat een opt-outverzoek niet meer kan worden ingediend indien een derde partij een vordering ten aanzien van uw Europese octrooi bij het UPC heeft ingesteld. Ook is het niet meer mogelijk een opt-out in te trekken (om weer onder de rechtsmacht van het UPC te komen) als er bij een nationale rechtbank een vordering is ingesteld ten aanzien van een EP-octrooi waarvoor voor een opt-out is gekozen. Mocht een concurrent dus op de eerste dag dat het nieuwe gerecht aan de slag gaat een nietigheidsprocedure bij het UPC aanhangig maken, dan kunt u niet langer kiezen voor een opt-out.

Ja, het is mogelijk om de opt-out in te trekken. Dit wordt ook wel een opt-in genoemd. Zodra u echter kiest voor een opt-in door een opt-out in te trekken, is het daarna niet meer mogelijk om voor dat octrooi weer voor een opt-out te kiezen.

Ja. Bij de indiening van het opt-outverzoek zal echter een verklaring van houderschap moeten worden overgelegd. Daarin moet staan aangegeven dat de persoon die de opt-out indient maar die niet staat ingeschreven, de octrooihouder of aanvrager is of de persoon die krachtens de wet van iedere overeenkomstsluitende lidstaat gerechtigd is tot inschrijving als houder of aanvrager en derhalve het recht heeft het opt-outverzoek in te dienen.

In dat geval wordt uw eerdere opt-outverzoek als ingetrokken beschouwd en dient u de Griffie van het UPC daarvan in kennis te stellen. De Griffier zal de intrekking van de opt-out in het register inschrijven, waarmee u heeft gekozen voor een opt-in per de datum van registratie van de eenheidswerking. Hierdoor is het onmogelijk geworden om daarna nog een opt-outverzoek voor het octrooi in te dienen.

Nee. Indien ten aanzien van een octrooi of aanvraag een procedure bij een nationale rechtbank is ingesteld voordat de intrekking van de opt-out werd geregistreerd, heeft de intrekking geen werking ten aanzien van dat octrooi of die aanvraag. Het maakt daarbij niet uit of de procedure nog loopt of afgerond is. Een opt-in is derhalve niet langer mogelijk.

De procedure voor het aanvragen, onderzoeken en verlenen van Europese octrooien voor het Europees Octrooibureau (EOB) blijft ongewijzigd.

Een Europese octrooiaanvraag wordt ingediend bij het EOB, en het onderzoek wordt door het EOB uitgevoerd. Zodra het Europese octrooi is verleend, kan het Europese octrooi als unitair octrooi worden ingeschreven door het indienen van een verzoek om eenheidswerking. De feitelijke registratie van de eenheidswerking (de aanwijzing “unitair octrooi”) is pas mogelijk nadat het UPC van start gaat door de inwerkingtreding van de UPC Overeenkomst, en niet tijdens de sunrise periode.

Na verlening van het Europese octrooi heeft u slechts 1 maand de tijd om het verzoek om eenheidswerking in te dienen. Het verzoek moet bij het EOB worden ingediend. Deze termijn kan niet worden verlengd. Indien het verleende octrooi in het Engels is opgesteld, dient binnen diezelfde termijn een vertaling van het gehele octrooischrift in een andere EU-taal te worden ingediend. Indien het verleende octrooi in het Duits of Frans is opgesteld, moet daarnaast een Engelse vertaling worden ingediend. Als het verzoek om eenheidswerking niet binnen de termijn van 1 maand wordt ingediend, kan het Europese octrooi geen unitair octrooi worden. Het niet indienen van de vertaling is een herstelbare tekortkoming in het verzoek.

Nee, dat is niet mogelijk. Een Europees octrooi dat al voor de start van het UPC is verleend, kan niet als een unitair octrooi worden ingeschreven. Ook de Europese octrooiaanvragen die in de sunrise periode zijn verleend, kunnen geen unitair octrooi worden. Om als unitair octrooi te worden ingeschreven, dient een verzoek om eenheidswerking binnen 1 maand na verlening van het Europees octrooi bij het Europees Octrooibureau te worden ingediend. Indien niet aan die deadline wordt voldaan, wordt het Europees octrooi een ‘traditioneel’ Europees octrooi dat in de afzonderlijke EOV-verdragsstaten gevalideerd moet worden om afgedwongen te kunnen worden. Tenzij er sprake is van een opt-out, heeft het UPC wel rechtsmacht ten aanzien van dergelijke ‘traditionele’ Europese octrooien. Ook kunnen Europese octrooiaanvragen waarvan de verlening zal plaatsvinden tijdens de sunrise periode profiteren van de optie om de verleningsprocedure te vertragen.

Voor Europese octrooien die na de start van het UPC zijn verleend, kan de octrooihouder kiezen voor registratie als een unitair octrooi in plaats van validatie in de aangesloten landen. Op die manier is het octrooi onmiddellijk geldig in alle UPC-landen. Opgemerkt moet worden dat het unitair octrooi niet in de gehele EU werking heeft, aangezien een aantal EU-landen niet bij het UPC aangesloten zijn. Afzonderlijke nationale validatie blijft dus nodig voor bij het EOV aangesloten landen die geen EU-lid zijn of die geen UPC-land zijn. Dit betreft de landen Albanië, Cyprus, Griekenland, Hongarije, IJsland, Ierland, Kroatië, Monaco, Noord-Macedonië, Noorwegen, Polen, Roemenië, San Marino, Servië, Slowakije, Spanje, de Tsjechische Republiek, Turkije, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland/Liechtenstein.

Een belangrijk verschil heeft betrekking op de instandhoudingstaksen. Voor een Europees octrooi dat geen unitair octrooi is, geldt dat jaarlijks aan ieder afzonderlijk nationaal octrooibureau een instandhoudingstaks dient te worden voldaan als het octrooi (zowel met als zonder opt-out) in stand gehouden moet worden. Voor een unitair octrooi geldt daarentegen dat er jaarlijks slechts één enkele instandhoudingstaks hoeft te worden voldaan.

Dat hangt af van het aantal landen waarin u anders uw octrooi zou hebben gevalideerd. Octrooihouders met zakelijke belangen in slechts enkele Europese landen hebben minder voordeel bij een unitair octrooi dan octrooihouders met zakelijke belangen in de gehele Europese Unie.

De aanloopkosten van een unitair octrooi omvatten transactiekosten van dienstverleners alsmede de vertaalkosten (gedurende een overgangsperiode van 12 jaar). Voor verzoeken om eenheidswerking zijn geen officiële taksen aan het EOB verschuldigd. Een belangrijke kostenfactor van het unitair octrooi is echter de jaarlijks aan het EOB verschuldigde instandhoudingstaks. Alleen kijkend naar de instandhoudingstaksen, dan zien we dat deze door het EOB zijn vastgesteld op een prijsniveau dat overeenkomt met een bundeling van de jaartaksen die verschuldigd zijn in de vier landen waar in 2015 de meeste Europese octrooien werden gevalideerd (Duitsland, Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk). Nu het Verenigd Koninkrijk niet langer meedoet, en de nationale instandhoudingstaksen nog steeds aan het VK verschuldigd zijn indien een octrooi in deze top-4 landen gevalideerd en in stand gehouden moet worden, volgt daaruit dat de optie voor een unitair octrooi iets duurder is dan voor het totaal van alle nationale validaties.

Het voordeel is echter dat de combinatie van een unitair octrooi het mogelijk maakt deze centraal te handhaven in nog eens 14 andere EU-lidstaten, zonder bijkomende kosten. Aangezien nationale validatietaksen verwaarloosbaar zijn, terwijl het bedrag van de instandhoudingstaksen met bijbehorende transactiekosten voor meerdere landen behoorlijk kan oplopen, levert het unitair octrooi een kostenbesparing op zodra een Europees octrooi in ten minste 4 bij het UPC aangesloten EOV-lidstaten gevalideerd zou zijn (bijvoorbeeld Frankrijk, Duitsland, Nederland en Italië). Bij elkaar opgeteld over de 20-jarige looptijd van een unitair octrooi bedragen de instandhoudingstaksen ongeveer € 35.500,-. Ter vergelijking: het totale bedrag van alle instandhoudingstaksen over dezelfde periode voor een bundel nationale octrooien in alle 17 UPC-lidstaten zou uitkomen op meer dan € 100.000.

Tijdens de sunrise periode past het Europese Octrooibureau twee overgangsmaatregelen toe die voor de inwerkingtreding van het Unitaire Octrooistelsel van kracht worden, met ingang van de datum waarop Duitsland de bekrachtigingsakte van de UPC Overeenkomst indient.

De eerste overgangsmaatregel biedt aanvragers de mogelijkheid om vóór de datum waarop het UPC in werking treedt, vroegtijdig een verzoek om eenheidswerking in te dienen. Voor een dergelijk vooraf ingediend verzoek registreert het EOB de eenheidswerking onmiddellijk per de inwerkingtreding van het stelsel, mits aan alle toepasselijke eisen is voldaan.

Door middel van de tweede overgangsmaatregel kan een aanvrager om uitstel van het verleningsbesluit verzoeken. Uitstel kan worden verzocht nadat het voornemen tot verlening is aangekondigd, maar niet nadat de aanvrager de voor verlening bestemde tekst heeft goedgekeurd.

Door uitstel van de verleningsbeslissing kan verzekerd worden dat de verleningsdatum binnen de periode valt waarin een verzoek om eenheidswerking kan worden ingediend (0-1 maand vanaf de verleningsdatum).

Nee. Het unitair octrooi is een enkelvoudige (ondeelbare) rechtstitel die in alle UPC-landen werking heeft. Dit houdt in dat het unitair octrooi niet gedeeltelijk kan worden overgedragen. Het kan ook niet ten aanzien van bepaalde UPC-landen beperkt, ingetrokken of opgegeven worden. U kunt echter wel beschikken over een licentie ten aanzien van een aantal of alle rechtsgebieden van het UPC.

Nee. Het gebied waarin uw unitair octrooi geldig is, staat vast op het moment waarop uw verzoek om eenheidswerking van uw pas verleende Europese octrooi bij het EOB wordt geregistreerd. Uw unitair octrooi zal kunnen worden nageleefd in de landen die de UPC Overeenkomst op dat moment hebben bekrachtigd. De territoriale dekking van uw unitair octrooi blijft gedurende de gehele looptijd ervan ongewijzigd, ongeacht eventuele latere bekrachtigingen van de UPC Overeenkomst na de registratiedatum van de eenheidswerking door het EOB. Er zal derhalve geen uitbreiding plaatsvinden van de territoriale dekking naar andere lidstaten die de UPC Overeenkomst na die datum bekrachtigen.

Toon alle veelgestelde vragen


Heeft u nog vragen?

Stel uw vraag via onderstaand formulier of neem contact op met een van onze experts.

Nieuws

Bernard

Bernard Ledeboer benoemd als rechter in het Unified Patent Court

Op 19 oktober 2022 zijn de 85 rechters benoemd die plaats zullen nemen in het Unified Patent Court (UPC). Deze nieuwe rechtbank beslist naar verwachting vanaf 1 april 2023 in 17 Europese landen over inbreukzaken en nietigheidszaken bij Europese octrooien en unitaire octrooien. V.O. is trots om te melden dat octrooigemachtigde en partner Bernard Ledeboer […]Lees verder

Unified Patent Court en unitair octrooi komen in zicht

Kortgeleden is bekend gemaakt dat het Unified Patent Court (UPC), de nieuwe Europese rechtbank voor octrooien, haar Administratieve Commissie heeft geïnstalleerd en rond deze tijd zal starten met het benoemen van rechters.Lees verder

Eerste vergadering van het Bestuurscomité van de nieuwe Europese octrooirechtbank

Op 22 februari 2022 heeft de eerste vergadering van het Bestuurscomité van de nieuwe Europese octrooirechtbank (het Unified Patent Court) plaatsgevonden.Lees verder