
Kunstmatige intelligentie (AI) is de drijvende kracht achter innovatie in talloze sectoren. Maar hoe bescherm je deze doorbraken? Vooral in de Verenigde Staten kan dat vraagstuk complex zijn.
Jarenlang vormde de uitzondering voor ‘abstracte ideeën’ een hoge drempel; abstracte ideeën kwamen vanuit de wet niet in aanmerking voor octrooibescherming. Sinds de beruchte Alice-uitspraak van het Hooggerechtshof in 2014 sneuvelden veel AI-uitvindingen onder Sectie 101 van de Amerikaanse octrooiwet op basis van de test die het Hooggerechtshof in haar uitspraak had neergelegd. Op basis van deze test was de redenering van het United States Patent & Trademark Office – USPTO – streng bij het beoordelen en octrooiaanvragen en was het oordeel van het USPTO vaak even simpel als dodelijk: het is ‘slechts’ wiskunde op een computer.
Daar lijkt nu verandering in te komen. Met de recente, precedentvormende beslissing in Ex parte Desjardins (najaar 2025) markeert het USPTO een cruciale koerswijziging.
Catastrofaal vergeten
De kern van de zaak draaide om een octrooiaanvraag van Google/DeepMind. Zij ontwikkelden een oplossing voor ‘catastrofaal vergeten’. Dit is een bekend probleem waarbij een AI-model kennis verliest van een eerste taak, zodra het getraind wordt voor een tweede taak. De uitvinding van DeepMind betreft een specifieke trainingstechniek die essentiële parameters beschermt, zodat het model beter ‘leert’ zonder te ‘vergeten’.
Om de impact van deze uitspraak te begrijpen, moeten we kijken naar wat er achter de schermen gebeurde. Opvallend genoeg had de oorspronkelijke Examiner de aanvraag niet afgewezen op grond van § 101 (vatbaarheid voor octrooi). Het was de beroepsinstantie van het USPTO (de PTAB, Patent Trials and Appeal Board) die deze afwijzingsgrond op eigen initiatief alsnog toevoegde. Het oordeel van de PTAB was streng. Ondanks de technische context, zag men de uitvinding in essentie als een abstract wiskundig algoritme op generieke hardware.
Hier greep de top van het USPTO in. De zaak werd herzien door een speciaal Appeals Review Panel (ARP). Het panel vernietigde de § 101-afwijzing van de PTAB en op 4 november 2025 werd deze beslissing precedentbindend verklaard. Dit betekent dat alle Examiners en rechters binnen het USPTO deze nieuwe, soepelere lijn verplicht moeten volgen.
Praktische toepassing
Het panel erkende dat de claims wiskundige concepten bevatten. Echter, men oordeelde dat deze concepten geïntegreerd waren in een ‘praktische toepassing’. Omdat de uitvinding een concrete verbetering van de werking van het AI-model zelf realiseerde, stopte de analyse hier. Het was niet langer nodig om te zoeken naar een extra ‘inventive concept’, de subjectieve hindernis die voorheen de doodsteek was voor veel software-octrooien.
De kern van de Desjardins-beslissing is de nadrukkelijke herbevestiging van de Enfish-doctrine. Deze stelt dat software octrooieerbaar is indien het een specifieke verbetering aanbrengt in de computerfunctionaliteit zelf. Het oplossen van ‘catastrofaal vergeten’ leidde volgens de beschrijving tot verminderde opslagvereisten en minder systeemcomplexiteit. Dit zijn tastbare, technische voordelen, geen abstracte resultaten.
De belangrijkste implicatie van Desjardins is de instructie aan Examiners om hun focus te verleggen. De focus moet liggen op de technische inhoud. Dit betekent dat de strijd zich verplaatst. De discussie gaat niet meer over de vraag of software überhaupt octrooieerbaar is, maar of de specifieke vinding vernieuwend genoeg is ten opzichte van bestaande techniek (cf. nieuwheid en inventiviteit).
Hoewel de wind bij het USPTO gunstiger waait, blijft precisie vereist. Het succes in Desjardins leunt zwaar op hoe de uitvinding beschreven was. Een octrooiaanvraag moet expliciet articuleren hoe de AI de computerprestaties verbetert, bijvoorbeeld minder geheugen, snellere verwerking, efficiëntere architecturen, etc. Claims moeten specifieke algoritmische stappen omvatten. Het is dus aangeraden om het specifieke mechanisme te claimen, waarmee het doel wordt bereikt, en niet slechts het brede principe.
Desjardins bindt het USPTO, maar federale rechtbanken (zoals het Federal Circuit) varen soms nog een strengere koers, vooral als AI wordt gebruikt voor louter zakelijke toepassingen (zoals in Recentive Analytics v. Fox Corp.). Uitvindingen die de AI-infrastructuur zelf verbeteren, staan echter sterker dan ooit.
Geen loutere wiskunde
Desjardins is dus een zeer positieve ontwikkeling voor tech-bedrijven. Het USPTO erkent nu dat innovaties in AI-algoritmen geen ‘loutere wiskunde’ zijn, maar technische oplossingen die bescherming verdienen.
Wij ondersteunen u graag bij het navigeren door dit veranderende landschap en bij het opstellen van AI-octrooiaanvragen die voldoen aan de nieuwste standaarden. Neem hiervoor gerust contact op met een van onze gespecialiseerde octrooigemachtigden.
Lees ook ons dossier ‘Patenten en artificial intelligence uitvindingen’
