Hieronder vindt u antwoord op de veelgestelde vragen. Staat uw vraag er niet bij? Neem dan gerust contact op met een van onze experts of stuur uw vraag in via het contactformulier.
Hieronder vindt u antwoord op de veelgestelde vragen. Staat uw vraag er niet bij? Neem dan gerust contact op met een van onze experts of stuur uw vraag in via het contactformulier.
Het Europees octrooi met eenheidswerking, kortweg het unitair octrooi, is een alternatief voor de bestaande procedure waarin een Europees octrooi in afzonderlijke landen wordt gevalideerd. Het betreft derhalve geen 'nieuw' octrooi maar een mogelijkheid om een reeds verleend Europees octrooi in één keer in alle UPC-landen geldig te maken.
Het Het unitair octrooi is een enkelvoudige (ondeelbare) rechtstitel die in alle UPC-landen werking heeft. Dit houdt in dat het unitair octrooi niet gedeeltelijk kan worden overgedragen. Dit houdt ook in dat het unitair octrooi alleen bij een centrale rechtbank (het UPC) kan worden gehandhaafd. Het UPC is ook de enige rechtbank waar een houder van een unitair octrooi een inbreukvordering kan instellen. Binnen de oppositietermijn (9 maanden te rekenen vanaf de verlening van het Europese octrooi) kunnen derden het EOB verzoeken het unitair octrooi nietig te verklaren. Na afloop van de oppositietermijn is het UPC de enige rechtbank waar nietigheidsprocedures tegen een unitair octrooi aanhangig kunnen worden gemaakt. Een beslissing van het UPC heeft werking in alle UPC-landen.
De EU-lidstaten zijn de enige landen die zich bij de UPC Overeenkomst kunnen aansluiten. Het stelsel van het UPC en unitair octrooi gaat van start met de 17 hierboven genoemde UPC-landen.
Een aantal EU-landen, waaronder Cyprus, Griekenland, Hongarije, Ierland, Slowakije en Tsjechië, heeft de UPC Overeenkomst (nog) niet bekrachtigd. Zij kunnen in een later stadium alsnog een UPC-land worden.
Andere EU-lidstaten (zoals Spanje en Polen) hebben de UPC Overeenkomst niet ondertekend en zijn dus nog niet aangesloten.
Ongeacht of zij wel of niet bij het Europese Octrooiverdrag (EOV) zijn aangesloten, kunnen landen die geen EU-lid zijn, waaronder Noorwegen, Turkije, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland, zich niet aansluiten. Het Verenigd Koninkrijk is na de Brexit geen EU-lidstaat meer.
Het Eengemaakt Octrooigerecht (in het Engels: Unified Patent Court, UPC) is een nieuwe Europese rechtbank voor octrooien. Het UPC is de gespecialiseerde rechtbank die rechtszaken behandelt over Europese octrooien en unitaire octrooien (gedurende een overgangsperiode tot 2030 nog samen met de nationale rechtbanken). Met de komst van het UPC is de rechtsgang voor alle landen die de UPC Overeenkomst hebben bekrachtigd (de UPC-landen) bij één enkele Europese rechtbank gecentraliseerd.
Een beslissing van het UPC is bindend voor alle UPC-landen. Het UPC bezit rechtsmacht over alle bestaande en toekomstige Europese octrooien die in een of meerdere UPC-landen van kracht zijn, met uitzondering van Europese octrooien waarbij de octrooihouder een zogenoemde ‘opt out’ heeft ingediend. Dergelijke uitgesloten Europese octrooien blijven onder de rechtsmacht van alleen de nationale rechters vallen.
Wereldwijd bestaan verschillende classificatiesystemen, maar de meest voorkomende zijn het International Patent Classification (IPC) en het Cooperative Patent Classification (CPC). Dit zijn systemen waarbij octrooidocumenten worden geclassificeerd op inhoud. IPC klassen moeten worden gebruikt door elke instantie die octrooidocumenten publiceert en verleent. Dit betekent dus dat elk gepubliceerd octrooidocument één of meer IPC klassen heeft. Het IPC is een zeer uitgebreid systeem en bevat meer dan 100.000 verschillende klassen.
Het CPC is een samenvoeging van classificatiesystemen van de Europese en Amerikaanse Octrooibureaus. Dit is nog uitgebreider dan het IPC en bevat meer dan 250.000 klassen. Het wordt steeds meer gebruik door nationale octrooiverlenende instanties (naast de Europese en Amerikaanse Octrooibureaus) zoals de Chinese en ZuidKoreaanse Octrooibureaus.
In de meeste overeenkomstsluitende lidstaten is er een nevenvestiging van het UPC in de vorm van ten minste één Lokale Afdeling. Er zijn Lokale Afdelingen in Wenen, Brussel, Kopenhagen, Helsinki, Parijs, Düsseldorf, Hamburg, Mannheim, München, Milaan, Lissabon, Ljubljana en Den Haag.
In Stockholm is er een Regionale Scandinavisch-Baltische Afdeling. Deze Afdeling gaat zaken uit Zweden, Estland, Letland en Litouwen behandelen. Daarnaast wijst elk van die landen instellingen aan waar zittingen in hun eigen land zullen plaatsvinden.
In Parijs en München en Milaan zijn de drie locaties van de Centrale Divisie gevestigd. In Luxemburg is een Hof van beroep gevestigd.
De Europese Commissie is van mening dat octrooien een essentieel onderdeel vormen van de Interne Markt, niet alleen om door innovatie groei te bewerkstelligen maar ook om de internationale concurrentiepositie van het Europese bedrijfsleven te vergroten. De effectiviteit, betaalbaarheid en rechtszekerheid van het octrooistelsel moesten daarom worden verbeterd. Om dat te bereiken moest een pan-Europese bescherming en geschillenbeslechting van octrooien voor geheel Europa in het leven worden geroepen, gegrondvest op twee pijlers: een EU-octrooi (het unitair octrooi) en een rechtbank inzake octrooigeschillen (het UPC).
Voor het doen van een aanvraag, is het nodig een schriftelijke aanvraag voor octrooi op te (laten) stellen en in te dienen bij een octrooiverlenende instantie. Daarvoor is een beschrijving van de uitvinding nodig. Deze beschrijving moet de vakman in staat stellen de uitvinding na te werken. Dit kan bijvoorbeeld aan de hand van praktische voorbeelden en/of tekeningen. Verder moeten in de aanvraag een of meer zogeheten octrooiconclusies worden opgenomen, die de gewenste beschermingsomvang van de uitvinding bepalen. Een verder vereiste is een uittreksel van de aanvraag. Tenslotte dient uit de aanvraag duidelijk te zijn dat er een octrooi wordt aangevraagd. Dit kan bijvoorbeeld door gebruik te maken van een door de octrooiverlenende instantie beschikbaar gesteld formulier waarin men aanduidt dat men een octrooi wenst op basis van de bijgevoegde stukken (de hiervoor genoemde beschrijving, conclusies e.d.). Daarnaast dienen alle benodigde taksen te worden voldaan. Deze zijn afhankelijk van het land of de regio waar de aanvraag ingediend wordt.
Afhankelijk van waarvoor er octrooi wordt aangevraagd, kunnen er aanvullende vereisten zijn. Bevat de aanvraag sequenties van nucleotiden of aminozuren? Dan dient de beschrijving een lijst van deze sequenties te bevatten. Een aanvraag die niet aan de vereisten voldoet, wordt geweigerd.
Verder is het ook belangrijk dat men formeel het recht heeft de aanvraag in te dienen. Dat recht heeft men in beginsel wanneer men de uitvinder is. Of dit in de praktijk ook het geval is, hangt af van de specifieke situatie en nationaal recht. Volgens de Nederlandse en Duitse wet, bijvoorbeeld, gaat het recht voor werknemers in dienstverband, als het doen van uitvindingen tot hun werkzaamheden behoort, in principe over op de werkgever. In Duitsland wordt dit geregeld door de Wet op de Werknemersuitvindingen, die overigens ook een bezoldigingsrichtlijn bevat. Het is van belang goed gedocumenteerd te hebben hoe men rechthebbende is; dit hoef men niet aan te tonen bij het indienen van de aanvraag, maar gebrekkige of ontbrekende documentatie kan later wel leiden tot disputen over wie rechthebbende is of zelfs tot ongeldigheid van het octrooi.
Het is aan te bevelen advies in te winnen van een octrooigemachtigde, een specialist in alle inhoudelijke en procedurele aspecten die bij het aanvragen van octrooi komen kijken.
Nee, dat kan niet. Wel is in vrijwel alle landen ter wereld octrooibescherming mogelijk. Voor de overgrote meerderheid van deze landen kan initieel een internationale aanvraag (PCT-aanvraag) worden ingediend, waaruit na maximaal 30 maanden een nationale/regionale verleningsprocedure in gang kan worden gezet om in individuele landen of regio’s (bijv. Europa) bescherming te verkrijgen. Het is wel van belang van tevoren vast te stellen in welke landen men precies octrooi wenst; sommige landen (bijvoorbeeld Argentinië, Bolivia, Suriname, Congo en Ethiopië) kan men niet via de PCT bereiken. Voor andere landen (bijv. België en Nederland ) is vanuit de internationale aanvraag alleen bescherming mogelijk via de centrale Europese route.
Het gebeurt echter zelden dat iemand een octrooi in alle landen ter wereld aanvraagt. Octrooi krijgen en houden is immers een kostbaar proces, en deze kosten moeten kunnen worden terugverdiend. Wanneer men bescherming heeft in de belangrijkste gebieden waar de uitvinding (of het daaruit voortvloeiende product) toegepast wordt, dan is dit vaak afdoende.
Een goede vuistregel is dat men alleen octrooieert wanneer men met de rechten van het octrooi winst verwacht te genereren die tenminste de kosten van het octrooi dekt. Het is dan ook van groot belang om een inschatting te maken van de commerciële waarde van de uitvinding. Indien deze groot genoeg is, ligt octrooieren voor de hand.
Uiteraard kunnen ook andere overwegingen meespelen, zoals een behoefte aan financiering; octrooirechten helpen vaak bij het aantrekken van investeerders en kunnen als onderpand dienen bij het verkrijgen van een lening bij een bank.
Wat ook meespeelt is de vraag hoe lang bescherming gewenst is en of geheimhouding gedurende langere tijd mogelijk is. Octrooirecht leidt tot maximaal twintig jaar bescherming, terwijl geheimhouden in principe oneindig volgehouden kan worden. Daarnaast is er de vraag of geheimhouding in de praktijk ook leidt tot afdoende bescherming en wat bij geheimhouding de risico’s zijn als de vinding door een derde geoctrooieerd gaat worden.