Hieronder vindt u antwoord op de veelgestelde vragen. Staat uw vraag er niet bij? Neem dan gerust contact op met een van onze experts of stuur uw vraag in via het contactformulier.
Hieronder vindt u antwoord op de veelgestelde vragen. Staat uw vraag er niet bij? Neem dan gerust contact op met een van onze experts of stuur uw vraag in via het contactformulier.
In een bodemprocedure kan de rechter een eindvonnis wijzen. De procedure vangt aan met een dagvaarding bij de rechtbank. De gedaagde krijgt de mogelijkheid om verweer te voeren door middel van een conclusie van antwoord. Vaak krijgen de partijen de gelegenheid om hun standpunten nader toe te lichten tijdens een mondelinge behandeling. In een bodemprocedure kan niet alleen worden gevorderd dat de andere partij stopt met de inbreukmakende handelingen, maar kan daarnaast ook schadevergoeding worden gevorderd. De rechter zal uiteindelijk een eindoordeel geven. Het is mogelijk om tegen dit vonnis in beroep te gaan bij het Gerechtshof.
In bepaalde gevallen is er een noodzaak om te zorgen dat een partij die inbreuk op uw intellectuele eigendomsrechten maakt daarmee zo snel mogelijk stopt. In een kort geding (spoedprocedure) wordt de voorzieningenrechter om een snelle en voorlopige beslissing gevraagd, onder de voorwaarde dat sprake is van spoedeisendheid. De rechter kan bijvoorbeeld een verbod opleggen om de inbreukmakende producten op de markt te brengen. Indien u geen spoedeisend belang heeft, kan een bodemprocedure worden gestart.
Een kort geding wordt gestart met een dagvaarding bij de rechtbank. Daarna vindt de zitting zo snel mogelijk plaats. De gedaagde krijgt dan de gelegenheid om te reageren op de argumenten van de eiser en kan indien gewenst een tegenvordering instellen. Na de zitting wordt het vonnis meestal binnen enkele dagen of weken uitgesproken, afhankelijk van de spoedeisendheid van de zaak. Het is mogelijk om tegen dit voorlopige oordeel in beroep te gaan bij het Gerechtshof.
Een onthoudingsverklaring is een verklaring waarin de inbreukmakende partij verklaart de inbreuk te staken. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval kunnen aanvullende verplichtingen worden opgenomen in de onthoudingsverklaring. Voorbeelden daarvan zijn de verplichting om (een deel van) de gemaakte juridische kosten van de andere partij te betalen, het verstrekken van informatie bijvoorbeeld over verkoopkanalen en het betalen van een boete zodra de inbreukmakende partij de afspraken uit de onthoudingsverklaring niet nakomt.
Als u constateert dat een andere partij inbreuk maakt op uw intellectuele eigendomsrecht, zoals een octrooi, merkrecht, modelrecht, auteursrecht of handelsnaamrecht is het van groot belang om die partij zo snel mogelijk te sommeren of verzoeken om de inbreuk te staken. Dit kan door middel van het versturen van een sommatiebrief.
In Nederland kunnen bedrijven die winst behalen met R&D-projecten, gebruikmaken van de zogeheten innovatiebox. Deze innovatiebox is in feite geen aparte box, maar een vrijstelling van 80% van de innovatiewinst. Het is van toepassing op winsten en verliezen uit zelf voortgebrachte immateriële activa die met WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk, een fiscale regeling voor research & development) zijn voortgebracht. Denk hierbij aan royalty’s, licenties, winst bij verkoop van het intellectueel eigendom, maar ook: een deel van de verkoopprijs van een product of dienst waarin de innovatie is opgenomen. Grotere ondernemingen zullen behalve WBSO ook een octrooiportefeuille nodig hebben om gebruik te kunnen maken van de innovatiebox.
Wat België betreft, dat kent een aantal federale en gewestelijke steunmaatregelen met betrekking tot octrooien. Enerzijds kan voor de ontwikkeling van een uitvinding een subsidie verkregen worden. Dit kan via de cheques-entreprises in Wallonië of via de Innovation Voucher uitgereikt door Innoviris in Brussel. Deze subsidies kunnen ook al in het stadium van het aanvragen van een octrooi beschikbaar worden gesteld.
Anderzijds worden de inkomsten voortvloeiend uit een octrooi deels vrijgesteld van (winst)belasting voor een onderneming met een Belgische R&D-entiteit, waarbij het octrooi toerekenbaar is aan deze Belgische entiteit. Deze inkomsten zijn bijvoorbeeld royalty’s, licenties, winst bij verkoop van het intellectueel eigendom maar ook: een deel van de verkoopprijs van een product of dienst waarin de geoctrooieerde innovatie is opgenomen. Deze vrijstelling van belasting kan oplopen tot 85% procent van de inkomsten. De exacte berekening is vrij complex en hangt van veel factoren af, hiervoor kan men het beste een expert raadplegen.
Wanneer u een sommatiebrief met betrekking tot vermeende inbreuk op een intellectuele eigendomsrecht heeft ontvangen, is het verstandig om een specialist in te schakelen. De wederpartij meent kennelijk groot belang bij de aangekaarte kwestie te hebben. Een in het IE-recht gespecialiseerde jurist kan de situatie beoordelen en u op de mogelijke (vervolg)stappen of oplossingen wijzen.