Spring direct naar de hoofdnavigatie of de inhoud

Inbreuk door equivalentie

Het is één van de lastigste onderwerpen in het octrooivak: equivalentie. Henri van Kalkeren, octrooigemachtigde bij V.O., licht toe: ‘Recente uitspraken van rechters blijven daarom relevant voor ons. Het is en blijft een relatief grijs gebied.’

Wat wordt verstaan onder ‘equivalentie’?
‘Het belangrijkste onderdeel van een octrooi zijn de ‘conclusies’, of in het Engels ‘claims’. Die conclusies bepalen de beschermingsomvang van het octrooi. Kort gezegd valt een concurrerend product onder de beschermingsomvang van een octrooi als het voldoet aan alle elementen in één van de conclusies.’

‘Soms komen elementen uit de claim echter niet letterlijk overeen met het (vermeende) inbreukmakende product, maar komen ze er wel dichtbij in de buurt. Zeker als je naar de gedachte achter de uitvinding kijkt. Door alleen naar de letterlijke conclusies te kijken doe je de octrooihouder volgens de wet tekort, omdat het daarmee voor een producent onredelijk eenvoudig wordt om een octrooi te omzeilen. Daarentegen moet volgens de wet de betekenis van de conclusie ook weer niet zó breed worden uitgelegd, dat het alleen als richtlijn gebruikt wordt. Daar ontstaat dus het grijze gebied.’

‘Om het juiste midden te vinden is de equivalentieleer in de wet opgenomen. Hierdoor moet de rechter beoordelen of een element uit het product dat niet letterlijk hetzelfde is als een element in de conclusie als equivalent daarvan kan worden gezien, als gevolg waarvan het product toch onder de beschermingsomvang komt te vallen.’

Kun je dit toelichten aan de hand van een voorbeeld?
‘De uitvinding van de transistor is een prachtig klassiek voorbeeld. Vóór de uitvinding van transistors in 1950, waren elektronische componenten veelal gebaseerd op vacuümbuizen met anodes en elektrodes. Deze componenten werden dan ook regelmatig zo letterlijk in octrooiaanvragen beschreven.’

‘Nádat transistoren geïntroduceerd werden, waren vacuümbuizen voor dezelfde elektronische componenten ineens niet meer nodig. Door een octrooi letterlijk te interpreteren zou een inbreukmaker enkel door het vervangen van een vacuümbuis met een transistor onder een octrooi uit zijn gekomen. Echter had de octrooihouder op moment van aanvraag van zijn octrooi onmogelijk kunnen voorzien dat zijn octrooi nutteloos zou worden door hierin alleen een vacuümbuis te noemen. Door een letterlijke interpretatie wordt de octrooihouder dus tekort gedaan. Het doet geen recht aan hetgeen hij daadwerkelijk heeft uitgevonden.’

Waarom is equivalentie voor uitvinders zo’n lastig begrip?
‘Uitvinders en technici houden in mijn ervaring niet van grijze gebieden. En dat is precies waar equivalentie betrekking op heeft. Het is niet altijd eenduidig wat onder de conclusies valt, omdat je niet altijd de letterlijke bewoordingen van de conclusie kunt volgen. Daarmee komt de beschermingsomvang van het octrooi telkens ter discussie. De rechter moet in die gevallen oordelen.’

Waarom is dit nu een actueel onderwerp?
‘In Nederland en diverse andere Europese landen speelt een zaak waarin de vraag centraal staat of een zure vorm van een kankermedicijn onder de beschermingsomvang valt van een octrooi dat in de conclusies letterlijk het natriumzout en niet de zure vorm noemt. In Engeland heeft het hoogste gerechtshof geoordeeld dat deze zure vorm als equivalent van het natriumzout gezien moet worden. Deze uitspraak heeft ongetwijfeld invloed op andere jurisdicties.’

Heeft u vragen?
Neem dan contact op met Henri van Kalkeren via T 020 520 79 92 of h.vankalkeren@vo.eu.

Bekijk ook deze experts

Saskia van Doorn

Saskia van Doorn

  • Europees en Nederlands octrooigemachtigde
  • Senior Associate
Adriaan Seerden

Adriaan Seerden

  • Europees en Nederlands octrooigemachtigde
  • Associate
Meer experts