Spring direct naar de hoofdnavigatie of de inhoud

Wat u moet weten over UPC-rechtszaken

Het Unified Patent Court (UPC) zal binnenkort van start gaan. De verwachting is dat deze pan-Europese octrooirechtbank de deuren zal openen op 1 april 2023. Vanaf dat moment zal het ook mogelijk zijn om Europese octrooien bij verlening te valideren als “unitair octrooi” met bescherming voor 17 deelnemende EU-landen tegelijk.

Ook vanaf dat moment is het UPC de bevoegde rechtbank voor inbreuk en geldigheid voor alle Europese octrooien. Dus niet alleen voor de unitaire octrooien, maar ook voor alle Europese octrooien die nationaal gevalideerd zijn in één of meer van de UPC-landen, zelfs de Europese octrooien die reeds lang geleden zijn verleend.

Voor unitaire octrooien is er geen keuzemogelijkheid: voor die octrooien is het UPC uitsluitend bevoegd. Voor Europese octrooien die al zijn verleend, of na de start van het UPC nationaal worden gevalideerd, heeft de octrooihouder de keus om niet het UPC bevoegd te laten zijn (opt-out) maar de nationale rechtbanken.

Voordeel of nadeel

Onder het UPC wordt het een stuk eenvoudiger om internationale rechtszaken te voeren, aangezien een inbreuk- of nietigheidszaak voor alle deelnemende landen tegelijk in één keer voor één rechtbank wordt gevoerd. Ten opzichte van het huidige systeem kan dit een voordeel of nadeel zijn. Het voordeel van centrale handhaving voor 17 landen tegelijk houdt immers ook het risico van een centrale herroeping van het octrooi in.

Daarnaast is het doel van het UPC om octrooirechtszaken voortvarend af te handelen. Elke partij heeft twee tot drie rondes voor het indienen van schriftelijke stukken. Desalniettemin zijn de procesregels voor inbreukzaken voor het UPC er op gericht om de schriftelijke rondes af te ronden in negen maanden tijd. Voor nietigheidszaken zouden de schriftelijke rondes zelf al in zes maanden kunnen worden afgerond. Dit is sneller dan in vrijwel alle Europese landen. Om tot een dergelijke snelle behandeling te komen, laten de procesregels van het UPC een strak regiem van korte deadlines zien.

Korte deadlines

Een partij die wordt beticht van octrooi-inbreuk heeft drie maanden tijd om te formuleren waarom er geen sprake zou zijn van inbreuk. Wil de verdediging tevens aanvoeren dat het ingeroepen octrooi ongeldig zou zijn, dan moet een dergelijke tegenaanval in diezelfde drie maanden worden uitgewerkt. Tegen een nietigheidsaanval – direct in een nietigheidszaak of als tegeneis in een inbreukzaak – heeft de verweerder slechts twee maanden tijd om een verdediging te verwoorden, inclusief eventuele voorstellen voor wijzigingen aan het octrooi.

Hoe bereidt u zichzelf voor op het UPC?

Dergelijke korte deadlines zijn niet onoverkomelijk – en staan de voordelen van het UPC niet in de weg – maar kunnen wel veel vragen van partijen, zowel van eiser en verweerder als hun litigation teams. Een goede voorbereiding kan verrassingen voorkomen. Als u als octrooihouder vermoedt dat een concurrent mogelijk een inbreukzaak zou willen beginnen, kunt u preventief reeds de geldigheid van het octrooi van de concurrent onderzoeken en eventuele tegenaanvallen formuleren. Als u vreest dat een concurrent een nietigheidszaak tegen een van uw octrooien zou willen beginnen, kunt u preventief reeds nadenken over mogelijke verweren of terugvalposities. Als u de eiser in een inbreukzaak bent en een tegeneis tot vernietiging van het octrooi verwacht, kunt u zich daar eveneens op voorbereiden. Door goede voorbereiding kan de druk van korte deadlines tijdens een rechtszaak aanzienlijk worden verlicht.

Heeft u hulp nodig bij uw voorbereiding op het UPC of heeft u er vragen over? Neem dan contact op met uw octrooigemachtigde van V.O.  Wij zullen u graag van dienst zijn.

Lees ook ons Dossier Een nieuw Europees Octrooisysteem.

Bekijk ook deze experts

Herman Witmans

Herman Witmans

  • Europees en Nederlands octrooigemachtigde
  • Partner
Peter de Lange

Peter de Lange

  • Europees en Nederlands octrooigemachtigde
  • Senior Associate
Meer experts