Spring direct naar de hoofdnavigatie of de inhoud

Mis het belastingvoordeel niet!

Nederland en België (in tegenstelling tot bijvoorbeeld Duitsland of Frankrijk) hebben al jaren fiscale regelingen voor bedrijven om de innovatiekracht van beide landen te bevorderen. Een gesprek met Koen Van Ende, director van KPMG Tax & Legal Advisers in Brussel.

Zijn deze regelingen ook toegankelijk voor kleinere bedrijven?
‘Misschien dat in de begintijd van deze regelingen in beide landen vooral grote bedrijven ervan gebruikmaakten, waaronder veel farmaceuten. Maar inmiddels zie ik gelukkig in de praktijk dat bedrijven uit alle sectoren, ook uit kleine en middelgrote ondernemingen, er gebruik van maken. Het hangt immers niet zozeer af van de grootte van de onderneming. ‘Ben ik innovatief?’, dat is de vraag die je als ondernemer moet stellen. Zo ja, dan zijn er verschillende incentives beschikbaar.’

Kun je het als bedrijf zelf doen, zo’n belastingvoordeel aanvragen?
‘Het kan een vrij complex traject zijn. Bijvoorbeeld als het gaat om belastingvoordelen op een patent op een product of technologie die vervolgens weer onderdeel uitmaakt van een groter geheel. Hoe zit het dan met de verkoop van die producten en het belastingvoordeel? Hoe bereken je dat? Daarom is het verstandig daar hulp bij te vragen.’

Is het een kostbaar traject?
‘Het zijn vaak eenmalige kosten die je als bedrijf moet maken. Wij proberen bij dergelijke trajecten de belangrijkste expertises bij een bedrijf aan tafel te brengen. Vaak is dat iemand van financiën, het hoofd human resources en de innovatiemanager. Samen maken we dan een overzicht van welke regelingen genoten kunnen worden en een stappenplan van wat er voor de realisatie ervan moet gebeuren. Alleen al het bij elkaar brengen van dergelijke expertises levert soms verrassende uitkomsten op.’

Hoe lang duurt een dergelijk traject?
‘Realistisch heeft een dergelijk traject, vanaf het eerste overleg tot het opleveren van het dossier dat de toepassing van de regeling ondersteunt, een doorlooptijd van zo’n twaalf maanden. Een en ander hangt ook af van de vraag of er nog patenten verkregen moeten worden.’

Wat levert het op?
‘Financiële ruimte, en dus meer budget voor Research & Development (R&D) en innovatie. Heel veel bedrijven hebben hier in beide landen van geprofiteerd. In België heb je altijd een patent nodig, dat maakt de toegang tot de regeling wel iets minder toegankelijk dan in Nederland.’

U twijfelt over de toekomst van deze regelingen?
‘Andere landen hebben niet altijd dezelfde visie als Nederland en België. Zij beschouwen dergelijke regelingen mogelijk als oneerlijke fiscale concurrentie, dus op termijn verwacht ik wel aanpassingen. Anderzijds volgen vele landen het voorbeeld van België en Nederland en hebben onder andere Duitsland, Italië en de Verenigde Staten bekendgemaakt soortgelijke regelingen te willen invoeren.’

Aftrek voor octrooi-inkomsten (België)
De meest bekende R&D-incentive in België is wellicht de aftrek voor octrooi-inkomsten. Onder deze regeling hoeven Belgische vennootschappen met een octrooi slechts (maximaal) 6,8% vennootschapsbelasting te betalen op de inkomsten die voortkomen uit hun octrooien. Daar komt bij dat ook andere (optelbare) R&D-incentives een flinke duw in de rug kunnen zijn voor innovatieve vennootschappen met óf zonder octrooi. Zo kunnen ze vaak een deel (tot 80%) van de bedrijfsvoorheffing op de bezoldigingen van hun onderzoekers als subsidie houden. Wanneer investeringen in patenten en activa voor R&D plaatsvinden, kan aanspraak gemaakt worden op een extra fiscale aftrek. Subsidies voor onderzoeksprojecten ten slotte kunnen van belasting worden vrijgesteld.

Innovatiebox (Nederland)
Om in aanmerking te komen voor de innovatiebox moet een bedrijf een octrooi, kwekersrecht of S&O-verklaring hebben. Vervolgens hoeft een onderneming over de voordelen die toe te rekenen zijn aan de technische innovaties, effectief maar maximaal 5% vennootschapsbelasting te betalen, in plaats van maximaal 25%. Deze innovatiebox levert een fors fiscaal voordeel op, zeker in combinatie met de WBSO-subsidie en de Research & Development Aftrek (RDA). De innovatiebox kan ook met terugwerkende kracht worden toegepast, zolang de definitieve aanslagen vennootschapsbelasting over die jaren nog niet vaststaan.